Je hebt mensen die bij iedere hoofdpijn denken dat ze een hersentumor hebben. Of die bij een steek in hun borst overtuigd zijn dat ze een hartaanval meemaken. Hypochonders noem je dat soort mensen; ze zitten veel bij de huisarts om voor de zoveelste keer te horen dat er niets aan de hand is. Onterecht, blijkt na een nieuwe studie.
Hypochonders gaan namelijk wel degelijk eerder dood dan de rest.
Het Zweedse Karolinska Institutet heeft onderzoek gedaan onder 45.000 mensen tussen 1997 en 2020. Tien procent daarvan was hypochonder, bleek bij de intake, de rest niet. Ze ontdekten dat mensen met hypochondrie een 84 procent hoger risico hadden om te sterven in vergelijking met mensen zonder de stoornis. Dit verhoogde risico betrof zowel natuurlijke oorzaken, zoals ziekten van de bloedsomloop, als moord en zelfmoord.
Uit het onderzoek bleek ook dat mensen met hypochondrie de neiging hadden om op jongere leeftijd te sterven (gemiddeld 70 jaar) dan mensen zonder de aandoening (gemiddeld 75 jaar).
Terwijl hypochonders vaker bij de huisarts zaten en veel van deze vroege sterfgevallen te voorkomen waren geweest met een behandeling. Alleen zagen de onderzoekers ook dat mensen met hypochondrie veel vaker last hadden van psychische klachten als depressie en angststoornissen. Daarom plegen ze ook vaker zelfmoord. Maar ze hebben er ook meer stress door, wat leidt tot echte ziektes, geen ingebeelde. Artsen moeten beter letten op de achterliggende oorzaken van deze aandoening, schrijven de onderzoekers in het vakblad Jama Network Open.







