Er waren al sterke aanwijzingen, maar wetenschappers weten het nu zeker. Mensen die een kat bezitten, lopen een twee keer zo grote kans schizofreen te worden of een aanverwante ziekte te krijgen. Het Queensland Centre for Mental Health Research in Australië analyseerde zeventien studies uit elf landen en kon niet anders dan concluderen dat katten slecht zijn voor je mentale gezondheid.
Het idee dat katten verband zouden kunnen houden met het risico op schizofrenie stamt al uit 1995. Toen werd blootstelling aan de parasiet Toxoplasma gondii aangewezen als oorzaak. Deze parasiet zit in kattenpoep en zou zich via contact met de kattenbak in de menselijke hersens vestigen. Maar onderzoek naar het voorkomen van deze parasiet in menselijke hersens heeft tot nu toe gemengde conclusies opgeleverd.
Onderzoeken hebben sindsdien aangetoond dat blootstelling aan katten tijdens de kindertijd mensen meer kans geeft om schizofrenie te ontwikkelen. Maar andere studies vonden die link niet. Daarom besloten de Australiërs om nog eens te duiken in alle data van studies naar katten en psychische en psychiatrische problemen.
De nieuwe analyse van 17 studies vond ‘een duidelijke associatie tussen kattenbezit en een verhoogd risico op schizofrenie’. Vooral grotere en uitgebreide studies tonen dat aan. Sterker nog, ‘individuen die werden blootgesteld aan katten hebben ongeveer twee keer zoveel kans op het ontwikkelen van schizofrenie‘.
Nog steeds is de vraag wat de oorzaak daarvan is. Toxoplasma gondii staat onveranderd hoog op de lijst met mogelijke veroorzakers. Maar hoe het precies werkt, moet nog worden uitgezocht.







